HOME

       DANKJEWEL  GRONINGERS !

Herinneringen aan Sint Annen (Groningen)
 uit de 2e wereldoorlog 1940-1945

Menig Rotterdammertje in erge hongersnood
vertrok naar ’t hoge noorden, naar 't land van melk en brood.
Want in die koude winter van 't laatste oorlogsjaar
stond menig trouwe Groninger voor hen met eten klaar.

Ach, al die arme kinderen, zo magertjes en bleek,
ze waren toen zó ver van huis, en vreselijk van streek.
Maar, ondervonden ze al snel: in Groningen is ’t fijn !
Hier is de oorlog héél ver weg, ’t kon hier wel vréde zijn.
Ze knapten zienderogen op, en werden erg verwend.
Want Groningers doen àlles goed. Daar staan ze om bekend !

Ook ik was Rotterdammertje, een kind van nog geen tien.
En toch heb ik zo ver van huis dat jaar veel moois gezien.
'k Was er gelukkig nóóit meer bang ! Wat vloog het jaar voorbij,
en wat beleefde ik toch veel, daar op die boerderij !
Wat leerde ik goed Gronings ! Een konijn werd dus een ‘knien’
en peentjes werden ‘worrels’, krootjes ‘baitn’, pijn was ‘pien’.

Maar...weer in Rotterdam terug - dat vond ik toen zó raar ! -
werd
'worrel' plots een ‘peentje’, tja, zo noemen ze dat dáár.
De Groningers bedanken is doel van dit gedicht:
met welgemeende warme groet van jullie ‘lutje wicht’ !
***

                                                                SNEEUW

 
Het enige gedichtje dat mijn vader uit z'n hoofd kende,
is misschien al wel eeuwen oud, en
zelfs de woorden blijven een fijne herinnering,
gekoppeld aan mijn vroege kinderjaren. 

Want...ging het sneeuwen en was vader thuis,
dan wist ik wat er ging gebeuren.
Verwachtingsvol keek ik dan van de sneeuwvlokjes naar zijn gezicht
en .......
ja hoor, aan de grijns zag ik al, dat het er aan kwam...
De pijp werd leeg geklopt in de patroonhuls naast z'n stoel
(een overblijfsel uit de oorlogsjaren) 
en dan klonk het vrolijk:

wat dwarrelt daar, is 't witte wol ?
ziedaar, de ganse tuin ligt vol !
tot zelfs het dak is volbelaên,
en almaar houdt het sneeuwen aan
en in de lucht ?....het lijkt wel nacht !
daar zit nog menig wagenvracht.

Kijk, al wie zich op straat nog waagt
een flinke voorraad mét zich draagt
zijn jas is wit, en wit zijn hoed
zo stapt hij voort met dubb'le spoed.
waarom zo'n haast, gij wandelaar ?
't is immers geen gestolen waar !

(er zijn vast meer coupletjes van geweest) 


Nog meer nostalgie:

...want was je een nakomertje, dan had je soms al op jonge leeftijd een zwager.
 Dit overkwam mij. Ik had er zelfs twee:

Piet Wulffraat
en Anton Buijse.
Aan beiden heb ik erg fijne herinneringen.
Piet, de vriend en later echtgenoot van mijn oudste zus Gré,
was student theologie en ook erg muzikaal.
Vaak speelde hij op onze piano, en zong dan soms uit volle borst 
 het mooie
Fides Quaerit Intellectum studentenlied
Ook begeleidde hij soms
zwager Anton, die ik in m'n herinnering nóg met zijn
donkere stem
'Santa Lucia' hoor zingen ! Heerlijk vond ik dat.
Jammer dat ik altijd zo vroeg naar bed moest.
Zodoende heb ik veel gemist,
al hoorde ik vanuit mijn bed in de verte hun zingen en gelach wel !
(NB: de tekst van  het Fides studentenlied staat onderaan !)

Want nu eerst mijn toespraakje vanwege de 75ste verjaardag van zwager Piet.
Centraal stond daarin vader/schoonvader Timen Swiers
via een wedstrijdje,
waaraan aanwezigen die ervoor voelden, konden deelnemen
.

Lieve Piet, jouw 75ste verjaardag vond ik een mooi moment om samen wat herinneringen op te halen uit het grote deel van ons leven dat we elkaar al kennen. Eerst als bijna-buren aan de Putschebocht in Rotterdam, en daarna als familie van elkaar.
Maar...voor de aanwezigen die totaal geen boodschap hebben aan dergelijke herinneringen, wil ik proberen het wat attractiever te maken met een prijsvraagje. En uiteraard mag iedereen die het leuk vind er aan mee doen.
Vader Timen Swiers staat nu samen met jou in het middelpunt van de belangstelling. Want jij Piet, en ook je broer Carel en schoonzus Gerry, die een tijdlang in Groningen woonden, weten dat vader Swiers altijd in spreekwoorden of gezegden sprak, al dan niet door hemzelf verzonnen.
Een aantal heb ik in mijn praatje verwerkt. Wie zin heeft, kan het juiste aantal optellen of gewoon een gokje doen.
Straks even een papiertje met je naam en het aantal bij mij inleveren, dan maak je - zo nodig via loting - kans op een prijsje in de vorm van een door mij meegebrachte Groninger koek. Dus koekhappers, doe je best en we gaan nu van start !

 Piet, ik ken jou al m’n hele leven. Toen ik nog in de wieg lag, maakte jij voordat je naar school ging geregeld een praatje met mijn oudste zus Margaretha, die toen Gretha en later Gré heette. Zij stond zowat elke dag omstreeks die tijd de deurbel te poetsen tot vreugde van moeder Swiers, die vond dat Gré zich er niet met een Jantje van Leiden van af maakte.
Integendeel,
het ging allemaal van een leien dakje !
Maar.... niemand wist, dat die bijna dagelijkse gesprekjes met buurjongen Piet Wulffraat tenslotte zouden leiden tot déze zaal, waarin talrijke nakomelingen aanwezig zijn !

Jouw en mijn familie waren bijna buren en daar aan die Putschebocht speelden altijd kinderen uit de hele buurt. Dat waren kinderen van Jan Rap en z’n maat, van Jan met de pet en van Jan Boezeroen.
En als er ‘s winters flink wat sneeuw lag, verschenen er al gauw twee sneeuwpoppen. Eentje van de Wulffraat- en eentje van de Swiers- kinderen, werd mij verteld.
Ik hoorde ook iets over uitstapjes van de zusjes van beide families.
Naar het zwembad of naar Diergaarde Blijdorp. Hun voornamen zijn nu soms iets anders. Toen waren het mijn zussen Gretha, Roelie en Grietje, en van de Wulffraat familie Emma, Nellie en Leny. Van een zwembad uitstapje bestaan nog wat fotootjes waarop we heerlijk antieke badpakken dragen  met broekspijpen tot híer !
't Is me niet bekend of Wim, Carel, Dirk en Piet behalve belletje trekken ook wel eens samen uitstapjes maakten.


Toen ik kleuter was, verhuisden we naar Schiedam en het contact tussen beide familie’s werd spaarzamer. Alleen Piet bleef geregeld bij ons komen, en naarmate ik ouder werd, begreep ik
hoe die vork in de steel zat. Want.... je hebt altijd van die mensen die het middelste met de beide
einden willen hebben !
Ik hoorde dat Piet en Gretha wel eens samen aan de wandel wilden, maar er de kans niet voor kregen. Moeder was namelijk nogal streng. Maar ja....het bloed kruipt waar t niet gaan kan en dat wandelen gebeurde tóch.
Moeder heeft
zich toen behoorlijk in de luren laten leggen. Want plotseling konden de zusjes Gretha en Roelie het opvállend goed met elkaar vinden, en die twee gingen geregeld mét goedkeuring van hun moeder, samen een ommetje maken.
En wat geschiedde ? Een paar straten verder stonden Piet met zijn vriend Arie dan op hen te wachten.
Want we weten het: ongelijknamige polen trekken elkaar aan
!
Zo kon het gebeuren dat ook Roelie en Arie verkering kregen. Maar Arie
was geen blijvertje omdat Roelie al snel dacht: ‘ik heb er betere in m’n kladboekje staan !’ en ze bleef wachten op haar Anton Buijse !
Dus ja hoor, daar
kreeg je ‘t gegooi in de glazen !
Voor Arie was het
vechten tegen de bierkaai en hij is toen met de noorderzon vertrokken.
Die studentenjaren van jou, Piet, zullen we ons  altijd blijven heugen. Want jij zorgde ervoor dat er bij ons zélfs in de oorlogsjaren gelachen en gezongen werd. Het Io Vivat klonk geregeld en ik leerde als kleuter van jou dat lantarenpaal-liedje, maar ook het ‘Fides queres intellectum’ studentenlied kon ik - niet in woorden maar in klanken - op den duur zó goed zingen, dat ik het soms op ons balkon ten gehore bracht, zodat de Van de Broekjes, Gerrit en Betje en ook hittepetitje, kortom de hele buurt, kon meegenieten. Dat krijg je als je graag haantje de voorste wil zijn, maar als nakomertje met die veel oudere broers en zussen altijd je mond moest houden.

Geláchen hebben we om je studentenmoppen, die nu vast nóg springlevend zullen zijn in onze families.
En dan die spannende verhalen van je ! Wie kent niet het verhaal van die griezelige draak ! En dan het beroemde verhaal van die man-met-de-bijl, die achter jou aan kwam in een donker, doodlopend steegje en kans zag jou een flinke dreun met die bijl te geven. Je zei dan, dat je de gevolgen er nu nóg van kan zien, draaide je om, bukte, en wees naar je zitvlak, waarom iedereen héél erg moest lachen. De betekenis van die mop ging mijn bevattingsvermogen toen nog ver te boven. Wél zag ik jou, Piet, toen ook zó erg lachen, dat je mondhoeken een smoesje maakten met je oren !
Natuurlijk zijn die moppen en verhalen later je kinderen en andere familieleden
met de paplepel ingegoten.

Een voorvalletje uit die wandelperiode van Piet en zus Gretha. Op een keer zaten ze ergens in het gras, waar je helemaal niet in het gras mócht zitten.
Want oooh daar kwam een diender ! - Die pakte hen toen beet, en zei: ‘ondeugend stelletje, vertel eens hoe je heet ! Maar déze guiten begonnen zoals in dat liedje niet te lachen. Want dit werd een boete ! Hun ouders zouden bericht ontvangen en dan zouden ze te horen krijgen:
‘Dat loopt de spijgaten uit’ met jullie. ‘Ik heb er tabák van'! en ze zouden thuis strenge maatregelen nemen.
Móeder Swiers zou met de nodige pathetiek uitroepen: ’k móet me bedaren, maar als ik mijn natúre de wil gaf !!!’  En ik méén te weten dat Roelie dit ook wel es tegen Anton zei. Maar dan op een iets ándere toon, tenminste.....dat hopen we dan maar !

Wat die bekeuring betreft. Het stelletje was érg geschrokken. Ze kozen eieren voor hun geld. Ze haalden bakzeil en gingen meteen naar het Kantongerecht. Hoe dát is afgelopen moet Piet ons straks even opbiechten, want dat weten we niet.

Een fragment uit onze belevenissen in Groningen, waar wij als zussen in de oorlogsjaren soms een tijdje logeerden bij de tantes Jo en Wine (Johanna Maria en Frouwina Swiers). Deze tantes hadden een pension en ‘t is voor Piet, die er ook nogal eens kwam, een tijd met veel herinneringen, dat weet ik wel zeker ! Herinneringen aan oom Alje, aan Kwee Hong Kiem, Jan Sybrandus Faber en er was nóg een aardige meneer van een jaar of 60.

 Over hém moet ik even iets vertellen. Want Piet heeft ons met zijn moppen vaak aan het lachen gemaakt, maar één keer maakte hij ons bij de tantes zonder dat te willen aan het lachen, terwijl wij helemaal niet lachen
móchten ! En dat is érg moeilijk voor een mens.
Die
vriendelijke man van een jaar of 60, had de ziekte van Parkinson. Z’n handen beefden heel erg. Nu dronken we met z’n allen koffie in de woonkamer. De tantes legden een koekje dan altijd náást het kopje van hem vanwege zijn bevende handen.
Maar ja, Piet, hulpvaardig als altijd, ging rond met de koekjes schaal en hield die ook aan hém voor. Hij wilde natuurlijk de vriendelijkheid van Piet niet beschamen en ook een koekje pakken. Maar, zoals te verwachten, lukte dat niet en ach, de koekjes vlogen als pepernoten door de kamer. Een pijnlijk moment.
Maar als je jong bent, heb je vaak meer oog voor humor dan voor tragiek.
Dus we hadden het toen moeilijk, héél moeilijk.

Wat wáren we daar met z'n allen toch een stelletje Hamburger zuidvruchten !
Lachen ?  ‘t Was huilen met de pet op !

Over koffiedrinken gesproken. Vader Swiers zei altijd, dat nergens de koffie zo lekker was als thuis bij ‘moeder de vrouw’. 't Was toen nog met zo’n pruttelende perculator gezette koffie.  Wij vonden het vaak ‘niet om te zuipen’.   Of........... hebben we déze uitdrukking van Piet geleerd ???

Herinneringen. Niet alleen aan Piet, maar ook aan mijn lieve zus Gré, met wie we het ondanks haar vele goede eigenschappen wel eens wat moeilijk konden hebben omdat ze nu eenmaal een licht ontvlambaar vaatje buskruit was. Maar Piet wist het dan altijd weer in wonderbaarlijk goede banen te leiden.
Voor mij was ze als 't ware een tweede, erg zorgzame moeder. Ik heb fijne herinneringen aan haar.
Bovendien was zíj immers de zus, die in de hongerwinter van de oorlogsjaren ‘40/’45 op een fiets met massieve banden een paar maal kans zag om eten voor ons uit het noorden van 't land naar Schiedam te brengen. Toen ze een keer door de Duitsers werd aangehouden en ze de levensmiddelen in beslag wilden nemen, riep ze woedend: ‘blijf af ! dat is voor mijn zieke zusje ! ’ En dat was ik. Ze hebben haar nooit iets afgenomen.

Kort na de oorlog werd jij Piet mijn zwager. Jullie trouwden ondanks de waarschuwing die je meermalen te horen kreeg, dat die jongelui van tegenwoordig denken, dat ze goud in het huwelijk vinden.
Maar wat vinden ze ? Een roestige spijker !

De rest van het verhaal hebben de meesten van jullie meegemaakt. Sterker nog: zelf mee... ‘gemáákt’ !
A
utomatisch denk ik nu aan mijn logeerpartijtjes in de pastorie naast de kerk, en ik zie dan weer hun kinderen ‘s avonds in  pyamaatjes door de kerk huppelen, terwijl vader Piet, dominee én begaafd musicus, de mooiste improvisaties boven onze hoofden op het kerkorgel ten gehore bracht.

Dat was genieten !
Dankjewel Piet.
Voor álles !

-   Piet Wulffraat overleed op 30 november 2009   -



en dan mag dit lied ook niet ontbreken:



*******

 eerbetoon-TOONTJE  aan die stok-oude piano van toen én nu :

PIANISSIMO

 

Ik ken jouw tere snaren.
Mijn stemmingen breng ik bij jou
en samen worden wij akkoorden.

Zwarte kolos, fijnbesnaarde kern
mishandeld
gestreeld
was er vóór mij, en zal er na mij zijn.

Kinderknuisten timmeren als vroeger
totdat ook zij
tere snaren laten spreken
de kunst verstaan.

Handen die als vroeger
het beste uit je halen.
Klanken, die doen luisteren
ademloos.....

Ik ken jouw tere snaren
Mijn stemmingen breng ik bij jou
en samen worden wij akkoorden.

*********

terug naar boven