HOME
terug naar 'toespraakjes'


 de 75ste verjaardag van mijn zwager Piet Wulffraat 75 jaar

Als nakomertje had ik al op jonge leeftijd een zwager. Ik had er zelfs twee:

Piet Wulffraat
en Anton Buijse.
Aan beiden heb ik erg fijne herinneringen.
Piet, de vriend en later echtgenoot van mijn oudste zus Gré,
was student theologie en ook erg muzikaal.
Vaak speelde hij op onze piano, en zong dan soms uit volle borst 
 het mooie
Fides Quaerit Intellectum studentenlied
Ook begeleidde hij soms
zwager Anton, die ik in m'n herinnering nóg met zijn
donkere stem
'Santa Lucia' hoor zingen ! Heerlijk vond ik dat.
Jammer dat ik altijd zo vroeg naar bed moest.
Zodoende heb ik veel gemist,
al hoorde ik vanuit mijn bed in de verte hun zingen en gelach wel !

NB: de tekst van  het Fides studentenlied staat onderaan !
Nu eerst mijn toespraakje,waarin onze al reeds lang overleden vader/schoonvader
Timen Swiers
centraal stond via een wedstrijdje.
Aanwezigen die ervoor voelden, konden hieraan deelnemen
.

Lieve Piet, jouw 75ste verjaardag vond ik een mooi moment om samen wat herinneringen
op te halen uit het grote deel van ons leven dat we elkaar al kennen.
Eerst als bijna-buren aan de Putschebocht in Rotterdam, en daarna
 als familie van elkaar.
Maar...voor de aanwezigen die totaal geen boodschap hebben aan
 dergelijke herinneringen, wil ik proberen het ietwat attractiever te
maken door middel van een prijsvraagje.
En uiteraard mag iedereen die het leuk vind er aan mee doen
.


Vader Timen Swiers staat nu dus samen met jou in
het middelpunt van de belangstelling.
Want jij Piet, en ook je broer Carel en schoonzus Gerry,
die een tijdlang in Groningen woonden,
weten dat
vader Swiers altijd in spreekwoorden of gezegden sprak,
al dan niet door hemzelf verzonnen.

Een flink aantal daarvan heb ik in dit praatje verwerkt.

Wie zin heeft, kan ze tellen of gewoon een gokje doen.
Straks even een papiertje met je naam en het aantal bij mij inleveren,
dan maak je - zo nodig via loting - kans op een prijsje
in de vorm van een door mij meegebrachte  échte originele
Groninger koek.

Dus koekhappers doe je best. Want we gaat nu van start !

 Piet, ik ken jou al m’n hele leven. Toen ik nog in de wieg lag, maakte jij
voordat je naar school ging  geregeld een praatje met mijn oudste zus Margaretha,
 die toen Gretha en later Gré heette. Zij stond zowat elke dag omstreeks
 die tijd de deurbel te poetsen tot vreugde van moeder Swiers, die vond dat Gré
 
zich er niet met een Jantje van Leiden van af maakte.
Integendeel,
het ging allemaal van een leien dakje !
Maar.... niemand wist, dat die bijna dagelijkse gesprekjes met buurjongen
Piet Wulffraat tenslotte zouden leiden tot déze zaal,
waarin talrijke nakomelingen aanwezig zijn !

Jouw en mijn familie waren bijna buren en daar aan die Putschebocht speelden
altijd kinderen uit de hele buurt.
 Dat waren kinderen van
Jan Rap en z’n maat, van
Jan met de pet
en van Jan Boezeroen.
En als er ‘s winters flink wat sneeuw lag, verschenen er al gauw twee sneeuwpoppen.
 Eentje van de Wulffraat- en eentje van de Swiers- kinderen, werd mij verteld.
Ik hoorde ook iets over uitstapjes van de zusjes van beide families.
Naar het zwembad of naar Diergaarde Blijdorp.
Hun voornamen zijn nu soms iets anders.
Toen waren het mijn zussen Gretha, Roelie en Grietje,
en van de Wulffraat familie Emma, Nellie en Leny.

Van een zwembad uitstapje bestaan nog wat fotootjes waarop we
van die heerlijk antieke badpakken dragen  met broekspijpen tot
híer !
Eeee ......het is me niet bekend of Wim, Carel, Dirk en Piet behalve belletje trekken
 ook wel eens samen uitstapjes maakten.


Toen ik kleuter was, verhuisden we naar Schiedam en het contact tussen beide familie’s
werd, ook door de oorlogsjaren '40/'45  spaarzamer.
Alleen Piet bleef geregeld bij ons komen, en naarmate ik ouder werd, begreep ik
 
hoe die vork in de steel zat.
Want....
je hebt altijd van die mensen die het middelste met de beide
einden willen hebben !

Ik hoorde dat Piet en Gretha wel eens samen aan de wandel wilden,
maar er de kans niet voor kregen. Moeder was namelijk nogal streng.
Maar ja....
het bloed kruipt waar t niet gaan kan
en dat wandelen gebeurde dus tóch.

Moeder heeft
zich toen door hen behoorlijk in de luren laten leggen.
Want... plotseling konden de zusjes Gretha en Roelie
 het opvállend goed met elkaar vinden en gingen geregeld
 mét goedkeuring van moeder
samen een ommetje maken.
En wat geschiedde ?
Een paar straten verder stonden Piet met zijn vriend Arie hen op te wachten.

Want we weten het: ongelijknamige polen trekken elkaar aan
!

Zo kon het gebeuren dat ook Roelie en Arie verkering kregen.
Maar Arie
was geen blijvertje omdat Roelie al snel dacht:
 
‘ik heb er betere in m’n kladboekje staan !’
en ze bleef wachten op haar Anton Buijse !


Dus ja hoor, daar
kreeg je ‘t gegooi in de glazen !
Voor Arie was het
vechten tegen de bierkaai
 
Hij is toen dan ook met de noorderzon vertrokken.

Die studentenjaren van jou, Piet, zullen we ons  altijd blijven heugen.
Want jij zorgde ervoor dat er bij ons zélfs in de oorlogsjaren
 gelachen en gezongen werd. Het Io Vivat klonk geregeld
 en ik leerde als kleuter van jou dat lantarenpaal-liedje,
maar ook het ‘
Fides queres intellectum’ studentenlied kon ik
- niet in woorden maar in klanken - op den duur zó goed zingen,
 dat ik het soms op ons balkon ten gehore bracht, zodat
de Van de Broekjes, Gerrit en Betje en ook
hittepetitje,
 kortom de hele buurt, kon meegenieten.
 Dat krijg je als je graag
haantje de voorste wil zijn,
 maar als nakomertje met al die veel oudere broers en zussen
áltijd je mond moest houden !

Geláchen hebben we om je studentenmoppen, die nu vast nóg
springlevend zullen zijn in onze families.
En dan die spannende verhalen van je !
Wie kent niet het verhaal van die griezelige draak !
En dan het beroemde verhaal van die man-met-de-bijl,
 die achter jou aan kwam in een donker, doodlopend steegje
 en kans zag jou een flinke dreun met die bijl te geven.
 Je zei dan, dat je de gevolgener nu nóg van kan zien,
 draaide je om, bukte, en wees naar je zitvlak,
 waar iedereen héél erg om moest lachen.
De betekenis van die mop ging mijn bevattingsvermogen
 als kleuter toen nog ver te boven.
Wél zag ik jou, Piet, toen ook zó lachen, dat
je mondhoeken een smoesje maakten met je oren !
Natuurlijk zijn die moppen en verhalen later je kinderen
en andere familieleden
met de paplepel ingegoten.

Een voorvalletje uit die wandelperiode van Piet en zus Gretha.
Op een keer zaten ze ergens in het gras, waar je helemaal niet
 in het gras mócht zitten,

en oooh daar kwam een diender ! -
 die pakte hen toen beet,
 en zei: ‘ondeugend stelletje,
 vertel eens hoe je heet !

Maar déze guiten begonnen zoals in dat liedje niet te lachen.
Want dit werd een boete ! Hun ouders zouden bericht ontvangen en dan
 zouden ze te horen krijgen:
‘Dat loopt de spijgaten uit’ met jullie.
‘We heb er tabák van' !
en ze zouden thuis strenge maatregelen nemen.

Móeder Swiers zou met de nodige pathetiek uitroepen:
’k móet me bedaren, maar als ik mijn natúre de wil gaf !!
!’
 
En ik méén te weten dat Roelie dit ook wel es tegen Anton zei.
Maar dan op een iets ándere toon, tenminste.....
dat hopen we dan maar !

Wat die bekeuring betreft. Het stelletje was dus érg geschrokken.
Ze kozen eieren voor hun geld.
Ze haalden bakzeil
en gingen meteen even naar het Kantongerecht.
Hoe dát is afgelopen moet Piet ons straks even opbiechten,
want dat weten we niet.

Een fragment uit onze belevenissen in Groningen, waar wij als zussen in de
 oorlogsjaren soms een tijdje logeerden bij de tantes Jo en Wine
Swiers.
Deze tantes hadden een pension en ‘t is voor Piet, die er ook nogal eens kwam,
een tijd met veel herinneringen, dat weet ik wel zeker !
Herinneringen aan oom Alje, aan Kwee Hong Kiem, Jan Sybrandus Faber
 en er was nóg een aardige meneer van een jaar of 60.


deze foto is wellicht door Piet genomen.

 Over die aardige meneer moet ik even iets vertellen.
Want Piet heeft ons met zijn moppen vaak aan het lachen gemaakt,
maar één keer maakte hij ons bij de tantes zonder dat te willen aan het lachen,
terwijl wij helemaal niet lachen móchten !
En dat is érg moeilijk voor een mens.

Die
vriendelijke man van een jaar of 60, had de ziekte van Parkinson.
Z’n handen beefden heel erg. We dronken we altijd koffie in de woonkamer.
De tantes legden een koekje dan altijd náást het kopje van hem
vanwege zijn bevende handen.

Maar ja, Piet, hulpvaardig als altijd, ging rond met de koekjes schaal
en hield die ook aan hém voor.
Hij wilde natuurlijk de vriendelijkheid van Piet niet beschamen
en ook een koekje pakken. Maar, zoals te verwachten,
lukte dat niet en ach, de koekjes vlogen als pepernoten door de kamer.
 Een pijnlijk moment.
Maar jongelui hebben vaak meer oog voor humor dan voor tragiek.
Dus we hadden het toen even moeilijk, héél moeilijk.

Wat wáren we daar met z'n allen toch
 
een stelletje Hamburger zuidvruchten !
Lachen ?  ‘t Was huilen met de pet op !

Over koffiedrinken gesproken. Vader Swiers zei altijd, dat
nergens de koffie zo lekker was als thuis bij
‘moeder de vrouw’.
't Was toen nog met zo’n pruttelende perculator gezette koffie. 
 Wij vonden het vaak ‘niet om te zuipen’.  
Of........... hebben we déze uitdrukking van Piet geleerd ???

Herinneringen.
Niet alleen aan Piet, maar ook aan mijn lieve zus Gré, met wie we het 
ondanks haar vele goede eigenschappen wel eens wat moeilijk konden hebben.
 Omdat ze nu eenmaal een licht ontvlambaar vaatje buskruit was.
Maar gelukkig, Piet wist het altijd weer in wonderlijk goede banen te leiden.
Voor mij was ze als 't ware een tweede, erg zorgzame moeder.
Ik heb fijne herinneringen aan haar.

Bovendien was zíj immers de zus, die in de hongerwinter van de
oorlogsjaren ‘40/’45 op een fiets met massieve banden een paar maal
 kans zag om eten voor ons uit het noorden van 't land naar Schiedam te brengen.
 Toen ze een keer door de Duitsers werd aangehouden
en ze de levensmiddelen in beslag wilden nemen,
 riep ze woedend: ‘blijf af ! dat is voor mijn zieke zusje !'
En dat was ik.
Ze hebben haar nooit iets afgenomen.

Kort na de oorlog werd jij Piet mijn zwager.
 Jullie trouwden ondanks de waarschuwing die je meermalen te horen kreeg dat
 
die jongelui van tegenwoordig denken, dat ze goud in het huwelijk vinden.
Maar wat vinden ze ? Een roestige spijker !

De rest van het verhaal hebben de meesten van jullie meegemaakt.
Sterker nog: zelf mee... ‘gemáákt’ !



A
utomatisch denk ik nu aan mijn logeerpartijtjes in de
 pastorie naast de kerk, en ik zie dan weer hun kinderen ‘s avonds in 
 pyamaatjes door de kerk huppelen, terwijl vader Piet, dominee én
 begaafd musicus, de mooiste improvisaties boven onze hoofden
 op het kerkorgel ten gehore bracht.

Dat was genieten !
Dankjewel Piet.
Voor álles !

 
en dan mag ook dit lied uit zijn studententijd niet ontbreken:


*******

terug naar boven